Volg me op facebook Of volg me op Twitter
Sylvia Hubers
Bundels
Contact
Gebloemleesd
Links
Manlief schaakt
Speellijst
Vertaald
Links
log in
Wat als we niet waren betoverd

In Wat als we niet waren betoverd voert Sylvia Hubers de lezer langs een calvinistische kraakmachine, buitenproportionele zelfverbetering, machtswellust, totemdieren, nepnagels, totalitaire dictaturen en eiergemeenschap. Honderdnegenenveertig stuks microproza, uitgegeven door Prometheus. Herdruk vanaf 1 april 2019 verkrijgbaar.

* Wat als we niet waren betoverd is genomineerd voor de Halewijnprijs 2019! *

Speelse invallen en inzichten presenteert Sylvia Hubers in de bundel "Wat als we niet waren betoverd". De korte stukjes (...) eindigen vaak in een laatste zin waar je even over na gaat denken. Hubers doet met haar filosofische invalshoek denken aan Lydia Davis. Trouw.

Geestig en wendbaar zijn de proza-miniaturen of handpalmverhalen van Sylvia Hubers, die ook zware onderwerpen draaglijk kan maken. Korte teksten, verrassende wendingen, confrontaties, en slotregels die je laten lachen of nadenken. Arjan Peters in de Volkskrant.

Ze hebben de lengte van een gedicht en zijn ook leesbaar als poëzie, maar in de verhaalvorm bereikt Hubers, net als in haar vorige bundel 'Hier moet ik ingrijpen', grote hoogten. (...) Hartstochtelijk bestudeert zij de dingen en neemt dan de kortste weg naar de kern. - Jaap Timmers in Haarlems Dagblad.

De kracht van Hubers' microproza zit in het raffinement van alles omdraaien. De verhaaltjes toveren regelmatig een lach om de mondhoeken. - Interview met Nuel Gieles in het Haarlems Dagblad.

Sylvia Hubers schrijft zeer korte verhalen, hilarisch en wrang, poëtisch en herkenbaar. Compact proza van sensitieve en originele denker. - Marjolijn de Cocq in Het Parool.

Hubers speelt een vernuftig spel van richting en tegenrichting. Honderdvijftig ultrakorte verhaaltjes telt de bundel van Sylvia Hubers, oud-stadsdichter van Haarlem, die ook met haar proza-benadering nooit ver verwijderd is van poëzie. Wat ze er mee bereikt, heeft een hoger soortelijk gewicht dan menige roman en reikt ook meer stof tot nadenken aan. Maar bovenal is het in staat je aan het lachen te maken. - André Keikes op Tzum.

Ik heb elke dag een paar bladzijden gelezen en elke dag weer had ik nog lang napret. Geschreven in een speels en tegelijkertijd poëtisch proza waarbij de woorden precies kloppen schetst Hubers absurde maar tegelijkertijd herkenbare situaties. - Mik Vaes in Boekblad (te lezen op Haasblog)

Hieronder enkele teksten uit 'Wat als we niet waren betoverd'.

 

Waarom geen roman

Soms vragen de mensen aan mij: 'Waarom schrijf jij geen roman?' En dan wijzen ze een kort stukje aan in mijn boek. 'Hier, in dit stukje zit toch op zijn minst een roman van 375 bladzijden verscholen?'
Ik heb daarop geen antwoord. Op de meeste vragen van de meeste mensen heb ik geen antwoord. Ze zetten me wel aan tot denken, of tot het stellen van wedervragen: Zeg meneer de romancier, waarom schrijf jíj eigenlijk geen korte stukjes? Met een beetje meer moeite had je van die 375 bladzijden makkelijk een subliem miniatuurtje van 375 woorden kunnen maken. Waarom heb je dat niet gedaan?

 

Blikjes

Met mijn moeder liep ik langs een sportveldje. 'Kijk,' wees ze, 'mooi hè.' De berm langs het pad lag bezaaid met bierblikjes, allemaal groen. Het waren er zoveel dat het geen lelijk zwerfafval meer was, maar bijna een mozaïek van gras en blik in vele schakeringen van groen. Mijn moeder, die normaal herriemakers en vervuilers weleens een flink pak rammel zou willen geven, keek opgetogen naar al dat fraais in de berm. Raar, dacht ik, één blikje zou lelijk zijn, maar een heleboel tegelijk zijn samen iets moois. Misschien schuilt daar wel een gevaar in, dat iets lelijks in groten getale ineens heel mooi kan zijn.

 

Per ongeluk een totalitaire dictatuur

Tot onze grote verbazing hadden wij bij de laatste verkiezingen gekozen voor een totalitaire dictatuur.
'Wisten wij veel!' roepen we tegen de lieden die het ons aanrekenen. 'Het stond in het rijtje. Zet het dan niet in het rijtje. Van alles dat in het rijtje staat denken wij dat jullie erover hebben nagedacht.'
(...) 'We moeten zelf nadenken? Ja hoor, jullie denken zeker dat zomaar iedereen heel goed kan nadenken. Wij hebben wel wat anders te doen. Werken bijvoorbeeld, wat dacht je daarvan. Onze kinderen opvoeden. Onze vriendschappen onderhouden. Onze zieke familieleden verzorgen. En ons ontspannen hè, wat denk je, dat wij in onze spaarzame vrije tijd die ellendige rotkranten van jullie gaan zitten lezen die bol staan van gruwelijkheden en verwikkelingen waar een normaal mens geen snars van snapt? Als wij ons, omdat jullie dat zo graag willen, naar een stemhokje begeven - jullie houden van die percentages hè, hoog, hoger, hoogst - dan moeten jullie zorgen dat wij geen onvergeeflijke fouten kunnen maken. Achteraf een beetje tegen ons klagen dat wij de helderst klinkende, fraaist ogende, best besnorde en meest belovende kandidaat hebben gekozen, dat vinden wij laf. Had die kandidaat zelf uit het rijtje geknikkerd voordat wij onze onvergeeflijke keuze konden begaan!'

 

Mezelf verbeteren

Ik ben mezelf aan het verbeteren. Elke dag leg ik een nieuw laagje verbetering over het laatste laagje verbetering heen. Ik word er steeds beter in om mezelf te verbeteren. Laatst had ik het zo goed gedaan dat ik mezelf bijna niet meer herkende. Maar toen schemerde er 's avonds toch weer iets van mijn voor verbetering vatbare zelf door de fantastische laag verbetering heen. Toen kon ik gelukkig weer verder.

God verhoede dat ik op een dag zo verbeterd ben dat alles aan mij goed is. Dat mijn overtreffende trap is verdwenen en ik kan zien wat ik op de top van mijn perfecte zelf ben. En dat dat het dan is. Mijn schamele ik op haar nooit meer te verbeteren best.

 

Mij kopiëren

De robots kwamen naar me toe en zeiden: 'WIJ WILLEN ZIJN ZOALS JIJ!' Ik had natuurlijk geen sleutel van mijn zijn en daarop zeiden ze: 'DAN GAAN WIJ JOU KOPIËREN, LANGZAAM UITEENRAFELEN, GEDULDIG OBSERVEREN.' Ze zetten me in een hokje met camera's, microfoons en allerlei meetapparatuur. Maar in een klein hokje blijft er weinig van mij over. Daar heeft zelfs een robot niets aan.
'IK VIND JOU NIKS LEUK,' zei de robot die mij uiteindelijk uit mijn gevangenschap kwam bevrijden. 'Ik jou ook niet,' zei ik, maar inmiddels aan een licht stockholmsyndroom lijdend, ontfutselde ik hem bij de buitendeur toch een soort van zoen.

 

Aandacht

Wat is het kostbaarste, het kostbaarste, het allerkostbaarste waar ik mee rondloop?
Mijn aandacht!
En waar laat ik dat kostbaarste, het kostbaarste, het allerkostbaarste wat ik bezit op los?
Op filmpjes! Op foto's! Op berichten!
Als mijn man 's avonds na een lange dag werken moe thuiskomt, is mijn aandacht op.
Hoi schat, halve kus, ene oor open, andere oor de andere kant op ook.
Append giet ik de aardappels af en doe ik iets met sperziebonen dat afhalen heet. Dat dat zo heet, afhalen, weet ik van mijn moeder. Mijn moeder, in wier kostbare aandacht de sperziebonen, de aardappelen, haar man en ik ons nog geheel en al mochten verheugen.